Interview Daan Dohmen

Jurylid Daan Dohmen van FocusCura: “Succesvol innoveren draait om focus en discipline.”
Daan Dohmen is oprichter en CEO van FocusCura, een van de snelst groeiende zorgtechnologie-bedrijven in Nederland. Als jurylid van de VG Hackathon zal hij met name letten op de haalbaarheid en schaalbaarheid van de ontwikkelde concepten.

Wat verwacht je van de Hackathon?
Ik verwacht heel veel energie en enthousiasme. Doordat er tijdens een Hackathon veel unieke verbindingen tussen mensen van verschillende achtergronden ontstaan, verwacht ik ook een aantal nieuwe ideeën. Ik hoop ook dat er een aantal ideeën gebundeld worden, zodat deze ook echt op te schalen zijn en écht een oplossing bieden voor de grote uitdagingen van vandaag.

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen voor teams in de Hackathon?
Veel mensen realiseren zich niet dat het opschalen en wegzetten van een goed idee echt een vak apart is en vraagt om focus. Eigenlijk moet je je dan voor de rest van je leven committeren aan een goed idee om het echt impact te laten krijgen. Dat betekent dat je veel vaker nee zegt tegen vragen van klanten, in plaats van ja. We zien bij FocusCura dat klanten dat soms lastig vinden, maar juist door één ding heel erg goed te doen, kun je als bedrijf veel meer waarde toevoegen. Ter illustratie: een thema als beeldzorg op zichzelf als focuspunt al bijna te breed, omdat de vragen in de verstandelijk gehandicaptenzorg totaal verschillen met de behoeften van bijvoorbeeld de thuiszorg of de GGZ. Kernvraag is dus: hoe ga je nu prioriteren wat écht belangrijk is?

‘FocusCura helpt mensen langer zelfstandig te blijven. De regie te houden. Dat doen we door het ontwikkelen van zorginnovaties op twee gebieden: ‘zorg op afstand’ en ‘het ziekenhuis thuis’. Slimme producten en diensten, waarmee iedereen de zorg kan blijven krijgen die hij of zij nodig heeft.’
bron: www.focuscura.nl

Innovatie vraagt naast focus om discipline en doorzettingsvermogen. Dus niet snel van het ene idee naar het andere idee rennen, maar doorgaan als het tegenzit. Overigens vind ik dat zelf ook erg lastig, want ik vind nieuwe dingen verzinnen juist ontzettend leuk! Ik ben daarom heel blij dat ik onderdeel ben van ons team dat mensen bevat die verschillende dingen leuk vinden en goed kunnen. Daarmee houden we elkaar scherp.

Innoveren ís bijvoorbeeld niet altijd even spannend of beter gezegd, is eigenlijk helemaal niet steeds nieuwe dingen verzinnen. Nee, een idee echt naar de markt brengen en schaalgrootte laten krijgen, vraagt om stug doorzetten. Nu zie ik vaak dat mensen in de planfase graag mee willen denken, maar dat ze in de uitvoeringsfase opeens geen tijd meer hebben. Iedereen kan wel een app in elkaar zetten. Maar iets maken dat schaalbaar is, dat geïntegreerd kan worden in een electronisch patiëntendossier en dat internationaal ingezet kan worden, is wel wat anders. Dat kost over het algemeen meer energie en tijd dan je vooraf bedacht had.

Meten, meten, meten
Daarnaast is het belangrijk om te meten wat klanten werkelijk gebruiken, in plaats van op basis van een gevoel of een mening dingen in elkaar te zetten. Die les heb ik zelf aan den lijve mogen ondervinden. We hebben in het verleden heel veel tijd gestoken in het toevoegen van functies aan onze apps, waarbij allerlei mensen met wensen en ideeën kwamen. Eigenlijk toetsten we ze nauwelijks maar gingen we vooral ‘aan de slag’. Immers, de ideeën kwamen vaak van deskundige mensen. Toen Raoul Zaal bij ons kwam werken, hebben we daar fundamenteel verandering in gebracht. Hij kwam onder andere vanuit Booking.com en Elmar-reizen; echt digitale bedrijven waar juist alles gemeten wordt alvorens een vernieuwing breed in te zetten. Toen wij dat ook gingen doen met nieuwe functies die we wilden toevoegen, bleek uit metingen dat er in de praktijk geen gebruik van werd gemaakt. Dan moet je dus in feite terug naar de tekentafel.

“Ik hoop dat teams in de hackathon zich als een mini-startup gedragen. Zodat ze niet alleen iets heel leuks proberen te maken, maar ook nadenken over de vraag hoe ze dit na de hackathon een boost kunnen geven. Bijvoorbeeld door vragen te stellen als: is er een verdienmodel? Is er een concreet uitzicht op het ontwikkelen van een dienst of product?”

Toch is dat in de zorg best lastig. Veelal is je gebruiker iemand anders is dan je klant. Vaak denkt de klant – bijvoorbeeld een zorgorganisatie, management- of beleidsafdeling – vanuit managementlogica, beleidsregels, een businesscase, een subsidieregeling of een overheidsopdracht, terwijl de gebruikers daar niet veel mee hebben. Die willen gewoon een product dat waanzinnig is in het dagelijks gebruik en zo simpel mogelijk hun probleem oplost. We meten daarom tegenwoordig meteen wat het effect is van een aanpassing, zodat we heel gericht inspelen op de behoefte van de gebruiker. En dat werkt perfect want ineens heb je een stuur in handen gekregen om door te ontwikkelen en prioriteiten te bepalen.

Hoe kijk je als ondernemer naar de zorg in Nederland en waar liggen kansen?
We moeten veel meer durven te kiezen voor een bepaalde ontwikkeling, en daar dan ook écht op in durven zetten. Een voorbeeld is thuis-meten waar wij met onze cVitals app actief in zijn. De resultaten van dat thuis-meten zijn hartstikke positief, maar toch gaan we overal het wiel weer opnieuw uitvinden. Iedereen begint klein en er is nog niet echt iemand die zegt: “Dit is nu de nieuwe realiteit, het oude stoppen we mee.” In het buitenland zijn ze lang niet overal zo ver als dat wij in Nederland zijn maar wat ik wel zie, is dat ze bijvoorbeeld in landen als Denemarken of Zweden waar wij actief zijn meer kiezen. Als iets werkt, dan wordt het ook de nieuwe standaard. Het écht veranderen, waarbij het oude losgelaten wordt en een innovatie breed wordt ingezet, dat zie ik Nederland nog te weinig. We laten het oude en het nieuwe te lang naast elkaar bestaan, waarbij ook de budgetten bij de bestaande dienstverlening blijven liggen. Kies met z’n allen een onderwerp en zet daar dan ook echt op door, zodat de innovatie niet vrijblijvend blijft. En stop met dingen die niet werken.

Wat kunnen we als verstandelijk gehandicaptenzorg leren van andere sectoren?
Het verschil tussen doelgroepen in de verstandelijk gehandicaptenzorg is heel erg groot. De ene cliënt heeft totaal andere behoeften dan de andere. Wil je een toepassing helemaal op maat maken, dan is die doelgroep heel erg klein, en bovendien wil daar bijna niemand voor betalen. Daardoor is het ingewikkeld om voor die doelgroep tot schaalbare concepten te komen. Het durven kiezen voor succesvolle concepten, die voor 80% van de gebruikers werken, is nodig om dat te doorbreken.
In de zorg richten we ons soms heel erg op de uitzonderingen, want we willen niemand uitsluiten, terwijl de focus bij grote technologiebedrijven vaak ligt op: laten we beginnen met de 80%, en daar een geweldig product voor ontwikkelen. Daarna kijken we hoe we de andere 20% kunnen gaan bedienen. Daar kan de sector van leren.

Ook is soms veel verstandiger om bestaande producten in te zetten en niet alles zelf te ontwikkelen. Zo heeft Apple op accessibility-gebied allerlei mogelijkheden, die allemaal gratis te gebruiken zijn. Vaak is het commentaar: ‘Het Apple-platform is duur.’ Het platform is inderdaad wat duurder in aanschaf, maar als ik zie wat we er allemaal voor terugkrijgen aan voice-over, oogbediening, klikbediening, lettergrootte en spraakbediening, dan is het maar de vraag of dit platform terecht als duur gezien wordt.

Ik zie dat grote bedrijven vooral een platform willen bieden, en dat ze het aan anderen overlaten om daar dienstverlening en apps voor te ontwikkelen. De vraag voor zorgorganisaties is veel meer: welke beschikbare producten en apps kunnen we toepassen in de zorg? Nu zie je dat er veel geld en energie wordt gestoken in het ontwikkelen van aparte messenger-technologie voor de zorg, terwijl medewerkers met elkaar aan het whatsappen zijn. Dat geld kunnen we dan beter besteden aan de vraag: “Hoe kunnen we deze technologie het best integreren, en wat zijn dan de regels voor goed gebruik?’ En pas als dat niet kan, dan kijken wat er al op de markt is en pas dan zelf wat gaan ontwikkelen. Niet voor alles is het maken van een nieuwe app of techniek de oplossing; laten we vooral ook kijken wat er al beschikbaar is.

“Toen we begonnen met iPads voor ouderen zeiden mensen: ‘Dat kunnen senioren niet. Ze hebben korrelige vingers, dat kunnen ze niet bedienen. Bovendien willen ze geen tablets gebruiken.’ Natuurlijk is dat voor sommige mensen moeilijk, maar er zijn ook een heleboel mensen die het wél kunnen.”

Het schaarse goed wordt straks niet de cliënt, maar de medewerker. Medewerkers moeten dus goed toegerust worden, zodat zij die digitale technologie zo goed mogelijk kunnen benutten in het werk. Zo kwam er ooit een verpleegkundige naar me toe – nadat ik een presentatie had gegeven over beeldschermzorg – met een telefoon van 20 jaar geleden: “Dit is mijn telefoon. Wat verwacht je? Wij willen wel, maar hier moeten we het op dit moment mee doen.”
Kortom: zorg dat medewerkers goed toegerust zijn, maak slim gebruik van de technologie die al beschikbaar is en ga voor toepassingen met veel meerwaarde voor een grote groep gebruikers.